Moeten we echt een wekelijkse koopzondag?

posted in: Blogs en opinies | 0

Moeten we echt een wekelijkse koopzondag? Of krijgen we dan ‘winkel-dagen’ in plaats van ‘koop-dagen’?

Stel, je hebt als consument honderd euro te besteden en hiervoor heb je vijf dagen. Stel nou, dat je er nog een extra dag bij krijgt; zou je dan ineens honderd-en-twintig euro te besteden hebben? Nee toch?

Met dit simpele voorbeeld wil ik maar direct met de deur in huis vallen. Ik ben geen voorstander van extra koop-dagen. Laat ik je uitleggen waarom:

Eén van de financiële argumenten heb ik, zij het gekscherend, reeds gegeven. De consument gaat echt niet meer uitgeven, als er een dag extra beschikbaar is. Tijd is geld als het om arbeid gaat, maar niet als het om bestedingen gaat. Hiermee kom ik gelijk bij het tweede argument: arbeid. Als je heel reëel de factor arbeid meerekent in de kostenberekening van een bijzondere koop-dag, wordt dit ineens een kostbare dag. Voor winkels of horeca met relatief goedkoop personeel valt dit nog mee. Gespecialiseerd of gediplomeerd personeel, zoals in mijn branche, is echter een stuk duurder.

Voor kleine zelfstandigen is arbeid een factor die bijna nooit wordt meegerekend. Je bent eigen baas, dus moet je werken. Vaak ook nog eens als de lichten al uit zijn en de deur op slot is. Voor hen is nóg een dag open een zware belasting van hun sociale- en gezinsleven.

Een veel gehoord argument ten voordele van meer bijzondere koop-dagen, is dat de consument wil kunnen winkelen wanneer het hem uit komt. Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat voor de consument de kwaliteit van winkelen belangrijker is dan de kwantiteit. Voorbeeld: Je besluit op een avond uit eten te gaan. Je vindt drie restaurants op een rij. Het eerste is leeg, het tweede half vol en bij het derde zijn nog slechts een paar tafeltjes beschikbaar. Bij welk restaurant ga je naar binnen?

Dit zelfde geldt mijns inziens voor een winkelstraat. Laatst liep ik op een donderdag avond door de stad. Ik trof een groot aantal lege winkels en een hand vol mensen op straat. Voor mij niet uitnodigend om eens te gaan winkelen. Als ik op een zondag door de stad loop, zie ik weliswaar mensen lopen, maar relatief weinig tasjes.

Nog niet zo lang geleden las ik een artikel in het AD, met als kop: Winkelier loopt nu op zondag binnen. In de eerste regel, van de eerste alinea werd de Kalverstraat in Amsterdam gemeld. Hier was een half jaar lang het aantal passanten gekoppeld aan het aantal pin-transacties. Natuurlijk is dan de de conclusie dat het op zondag druk is, makkelijk te maken. Amsterdam is echter geen Breda. Hier heerst geen 24/7 toeristen economie, zoals die in Amsterdam wel is.

Een ander argument voor ruimere openingstijden, dat ik vaak hoor is: “De consument is flexibel, dus moet de winkelier dat ook zijn.” Dat klopt deels. De consument is flexibel in zijn bestedingen, als hij dat online kan doen. Dat is echter nog geen 10% van de totale bestedingen. En vanuit de luie stoel, waar beleving geen argument of factor is.

Kortom, dat winkels op een zondag open zullen moeten gaan, geloof en accepteer ik. Echter ben ik er ook van overtuigd dat het onnodig is om iedere zondag open te moeten gaan. Beter bieden we de consument een kwalitatief hoogwaardige koopzondag aan. Bijvoorbeeld eens per maand, de eerste zondag, als het salaris gestort is. Hoe we dit een kwalitatief goede koop-dag maken, is voor een andere discussie.

Leave a Reply